Gods verlangen
Het paradijs was perfect. God schiep al het zichtbare en natuurlijke met de mens als kroon op dat machtige werk. En God zag dat het goed was. Dat staat er 6 keer. Maar niet nadat Hij de mens schiep.
Die was geschapen naar Zijn beeld, dus goed in zichzelf.
En God maakte heel de legermacht. gen 2:1 (niet elke vertaling vertaalt dit, maar de grondtekst zegt: tsaba wat verder in het hele OT voor leger/oorlog gebruikt wordt). Ik denk dat dat over de engelen gaat die God maakte om de mens te dienen.
God geeft de mens keuzevrijheid. Als Hij dat niet had gedaan had Hij ons een soort robots gemaakt die sowieso zouden doen wat Hij verlangde.
De mens hoorde de stem van de Heere God in de hof. Zij herkenden die. Dit was niet de eerste keer dat de Heere God kwam. God wandelde later ook met Henoch. God heeft de mens gemaakt, heeft hem bedacht. God houdt van die mens, van elk mens. En God wil graag in relatie zijn met die mens.
Toch ging dat kapot. De mens koos anders. Zo wilde God nog altijd bij Zijn volk zijn maar wel met gepaste afstand. Toen de tabernakel klaar was vulde God die met Zijn aanwezigheid. In het allerheiligste (heilige der heilige) mocht slechts 1 keer per jaar de hogepriester binnengaan. Later in de tempel is dat nog steeds zo.
Totdat Jezus uitroept: Het is volbracht. En dan scheurt het voorhangsel. De weg naar Vader is weer open.
Als Jezus wordt geboren komen er engelen die zeggen:
Heerlijkheid zij God in de hoogste, en op aarde vrede in mensen van Zijn welbehagen. (Luk 2:14, de woordvolgorde is mogelijk anders dan in jouw vertaling, dit is vanuit grondtekst)
Jezus kwam niet om vrede te brengen tussen mensen. Mat 10:34 Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde. Hij kwam om vrede te brengen tussen God en ons. Dat was volbracht toen Jezus dat zei.
In Zijn tijd op aarde laat Jezus zien hoe Hij mensen lief heeft en hoe wij, als volgelingen mensen lief zullen hebben. Jezus had die opdracht (heb lief) niet nodig. Een opnieuw geboren christen heeft die opdracht evenmin nodig. 1 Joh. 4 Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel, dat zoals Hij is, ook wij zijn in deze wereld. Hoe was Jezus in deze wereld? In relatie met Vader, altijd zocht Hij Hem, en in liefde tot de mensen. Hij bevrijdde ze van demonen, Hij genas ze, Hij onderwees ze.
In Joh 17 krijgen we de mooiste inkijk in hoe Jezus spreekt met Vader. In vers 2 en 3 speekt Hij zijn verlangen naar het eeuwige leven voor de mens uit. En Hij legt uit wat dat eeuwige is: God kennen, en Jezus Christus kennen. Het Woord voor kennen dat in de grondtekst staat is ginosko, datzelfde woord wordt ook gebruikt in Luk 1:34 waar Maria vraag: hoe kan dat gebeuren want ik ken geen man. Daar is voor kennen hetzelfde woord ginosko gebruikt, en zij duidt daarmee aan nog geen gemeenschap te hebben met Jozef.
Het eeuwige leven is God intiem kennen. God verlangt ernaar om met ons te zijn. Hem te kennen, bij Hem te zijn.
De briefschrijvers (Paulus, Petrus, Johannes) noemen tientallen keren “in Christus”. Blijf in Mij en Ik in U zegt Jezus in joh 15:4. De intieme relatie mag God kan weer! Als je naar God gaat (bijvoorbeeld in je stille tijd, maar dat kan op elk moment) hoef je niet buiten de voorhof te blijven wachten, hoef je niet aan een dienstdoende priester te laten zien dat het offer dat je meebracht smetteloos is. Je hoeft niet in de voorhof te blijven om eerst offers te brengen. Je mag gewoon de tempel binnenlopen. Je bent al rein, onberispelijk, zonder enige schuld. (kol 1:22). En als je daar komt zie je dat je gewoon door kan lopen. Het voorhangsel is gescheurd. Jezus nodigt je uit om binnen te komen.
God heeft jou gemaakt, Hij houdt van jou en Hij heeft een plan voor jou. Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien, en zij alle werden in Uw boek beschreven, de dagen dat zij gevormd werden, toen er nog niet één van hen bestond. Psalm 139:16
Hoe kan je weten wat dat plan is? Vraag het aan God! Dat klinkt misschien logisch en tegelijk moeilijk. Maar Jezus zegt niet voor niets: Mijn schapen kennen mijn stem. Tussen alle stemmen in onszelf en uit de wereld mogen we leren die van God te herkennen. Dat kan als je tijd met Hem doorbrengt. Niet alleen in het lezen van de Bijbel en je lijstje met gebeden voorleggen maar vooral door stil te zijn. God een vraag te stellen en vervolgens te luisteren. Dat mag je leren. Dat kan je leren.
In 1 Kor. 14:1 zegt Paulus dat we vooral moeten streven naar profeteren. Profeteren is het delen van Gods hart, o.a. Zijn woorden doorgeven. Dat kan je alleen maar doen als je ook woorden van Hem hoort. Toch?
God verlangt intens naar die levendige, intieme relatie met jou. Hij staat altijd op de uitkijk of jij komt voor een goed gesprek, voor een heerlijke knuffel of voor het delen van jouw hart.
Hij houdt van jou!